De mooiste wandelroutes in Forêt de Saoû
Ontdek de mooiste wandelingen in Forêt de Saoû. 2 routes op de kaart, met beschrijvingen, foto's en GPX.
Beheerd door Département de la Drôme
Over Forêt de Saoû
Het Forêt de Saoû is een bijzonder geologisch verschijnsel: een zogenaamde synclinale, een komvormig dal dat volledig is omsloten door steile kalktswanden. Dit betekent dat je hier in een soort natuurlijke vesting wandelt, waar het microklimaat zorgt voor een opvallende mix van vegetatie. Aan de schaduwrijke, vochtige noordzijde groeien vooral beuken en sparren die doen denken aan noordelijke bossen, terwijl de zonovergoten zuidhellingen begroeid zijn met typisch mediterrane eiken en droge struiken.
Lees meer
Over Forêt de Saoû
Het Forêt de Saoû is een bijzonder geologisch verschijnsel: een zogenaamde synclinale, een komvormig dal dat volledig is omsloten door steile kalktswanden. Dit betekent dat je hier in een soort natuurlijke vesting wandelt, waar het microklimaat zorgt voor een opvallende mix van vegetatie. Aan de schaduwrijke, vochtige noordzijde groeien vooral beuken en sparren die doen denken aan noordelijke bossen, terwijl de zonovergoten zuidhellingen begroeid zijn met typisch mediterrane eiken en droge struiken.
Lees meerHet Forêt de Saoû is een bijzonder geologisch verschijnsel: een zogenaamde synclinale, een komvormig dal dat volledig is omsloten door steile kalktswanden. Dit betekent dat je hier in een soort natuurlijke vesting wandelt, waar het microklimaat zorgt voor een opvallende mix van vegetatie. Aan de schaduwrijke, vochtige noordzijde groeien vooral beuken en sparren die doen denken aan noordelijke bossen, terwijl de zonovergoten zuidhellingen begroeid zijn met typisch mediterrane eiken en droge struiken.
Binnen in de kom is het landschap verrassend afwisselend. Je loopt hier deels over brede, vlakke bospaden langs het kabbelende riviertje de Vèbre, maar zodra je richting de randen trekt, gaat de ondergrond over in steile, stenige paden vol losse kalksteen. De overgang van de dichte, schaduwrijke bossen in het hart naar de open, zonbeschijnde weides op de hogere delen maakt dat de omgeving telkens anders aanvoelt. Wie omhoog klimt naar de randen, zoals bij de markante passage van de Passage de Picourles, ziet de kalksteenlagen als schubben op elkaar liggen.
Dit bos is geen plek voor weidse, vlakke heidevelden of zachte zandverstuivingen; het terrein is ruig, bebost en bergachtig zonder dat het de extreme hoogtes van de echte Alpen bereikt. De lagergelegen paden rond de oude herberg l'Auberge des Dauphins zijn vaak wat drukker met wandelaars, maar op de smallere, steilere paden richting de kammen tref je vooral rust. Houd er rekening mee dat de kalkstenen paden bij vochtig weer glad kunnen zijn en dat er in de droge zomermaanden, met name in juli en augustus, vanwege brandgevaar strenge restricties kunnen gelden voor de toegang tot het bos.